06 13 85 26 14 contact@SOD-Onderzoek.nl
Verslaggevers politie en justitie | Tekening: Theresa Hartgers
DEN HAAG – Hij heeft echt geen joggingbroek gestolen, zegt de 25-jarige Janis hoofdschuddend tegen de politierechter. ‘Ik heb de broek bij de C en A in Eindhoven gekocht, als cadeautje voor mijn broer’, zegt hij in het Russisch, want Janis komt uit Letland. Hij is betrapt op winkeldiefstal bij de C en A in Den Haag. Beveiligers vonden een grijze joggingbroek in zijn tas, met een kledinghanger en de resten van een prijskaartje eraan.

‘Ik heb niks gestolen’, blijft Janis volhouden. ‘Ik heb de broek een of twee keer gedragen en hem gewassen.’ De politierechter: ‘Bij de winkel zeggen ze dat de broek als nieuw rook.’ ‘Nou, ik heb hem toch niet gewassen, maar na het dragen afgeveegd, kijk zo’, de jonge Let wrijft met zijn hand heen en weer over zijn bovenbeen. ‘Dat herinnert u zich nu?’ ‘Ja’, knikt Janis.

‘Oké’, zucht de rechter, ‘u heeft de broek met de handwas gedaan en aan gehad, maar hij rook als nieuw en er zat een kledinghangertje van C en A aan en nog een stukje van het weggetrokken etiket.’ Janis schudt opnieuw zijn hoofd. ‘Er zat niks aan.’

Camerabeelden

De rechter vertelt dat er camerabeelden zijn van de diefstal: ‘Daar is op te zien dat u met vier broeken – drie zwarte en een grijze – een pashokje in gaat. Wat opvalt; als u de broeken uit het rek pakt, kijkt u niet eens naar de maat. U komt de paskamer uit en we zien drie zwarte broeken en geen grijze meer. En als ze u aanhouden, komt de grijze broek tevoorschijn.’

De politierechter pakt het strafblad van de 25-jarige Let erbij. ‘Ik zie een eindeloze rij van diefstallen en u zit momenteel vast voor diefstal met geweld.’ Die zaak loopt in Limburg. ‘Ik heb alleen sigaretten gestolen’, zegt Janis wanhopig, ‘en een Red Bull en twee broodjes. Daar heb ik een maand voor gezeten’.

Terug naar Letland

‘U voldoet aan de criteria voor ISD (Inrichting voor Stelselmatige Daders, red.)’, zegt de rechter. ‘Dat betekent twee jaar zitten, zelfs als je alleen maar een joggingbroek hebt gestolen of een blikje Red Bull. Voor mensen zoals u, die geen Nederlands spreken, betekent het na die twee jaar terug naar Letland.’

Janis kijkt angstig. ‘Ik wil niet terug naar Letland. Ik weet zeker dat ik in twee jaar makkelijk Nederlands kan leren.’ ‘Dat is het niet alleen, u moet ook op een eerlijke manier hier de kost verdienen. U woont hier al 3,5 jaar’, zegt de rechter.

Twee maanden cel

Voor de officier van justitie is het een uitgemaakte zaak. ‘Deze diefstal is er één in een rij van velen. Ik ga ervan uit dat ze u in Limburg een ISD-maatregel opleggen. Maar wat doen we vandaag? Ik eis twee maanden cel.’ Janis is verbolgen: ‘Ik heb hiervoor al 48 dagen gezeten. En dan nu nog twee maanden extra?’

Zijn advocate legt uit dat Janis veel langer heeft vastgezeten in deze zaak, dan de bedoeling was. ‘Hij had 11 maart vrij moeten komen, maar het Openbaar Ministerie heeft dat niet doorgegeven aan de gevangenis. Na heel veel telefoontjes is hij inderdaad vrijgelaten, op 24 maart. Onacceptabel, daar moet hij voor gecompenseerd worden.’

‘Niet te ingewikkeld maken’

De rechter wijst erop dat er een aparte procedure is voor die fout. ‘Om het vandaag niet te ingewikkeld te maken, houden we het op 48 dagen cel. Die heeft u al vastgezeten en dat is de straf die u krijgt. Dan zegt u misschien; ik heb twee weken te lang gezeten, maar daarvoor moet u naar de raadkamer.’

In het kader van de privacy zijn de namen gefingeerd.

Dit is een artikel in de reeks: ‘Bij de politierechter.’ Meer verhalen lezen?

Bron: Omroep West