06 13 85 26 14 contact@SOD-Onderzoek.nl

“In 2019 zagen we helaas dat het nog steeds niet de goede kant op gaat met de verkeersveiligheid: de dalende trend in het aantal verkeersdoden is tot stilstand gekomen en lijkt vanaf 2013 zelfs om te buigen in een stijgende trend”, zo staat te lezen in het Jaarverslag van de SWOV over 2019.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wil die negatieve ontwikkeling ombuigen en heeft hiervoor het Strategisch Plan Verkeersveiligheid opgesteld (SPV). In opdracht van het ministerie zijn SWOV en CROW in mei 2019 gestart met het Kennisnetwerk SPV, met als doel om overheden te helpen de verkeersveiligheidsrisico’s beter in kaart te brengen en hen bij een risicogestuurde aanpak van verkeersonveiligheid te ondersteunen. Met de afronding van een reorganisatie van de onderzoeksafdelingen hoopt SWOV haar multidisciplinaire onderzoek nog efficiënter en doelmatiger uit te kunnen voeren. Het is belangrijk dat Nederland de dalende lijn qua aantallen verkeersslachtoffers weer te pakken krijgt. Met onderzoek en kennis wil SWOV haar bijdrage hieraan leveren!

Verkeersdoden

Het aantal verkeersdoden in Nederland vertoont, na een stijging in de jaren vijftig en zestig, een geleidelijke daling sinds 1973. De laatste jaren is deze daling gestagneerd. In 2019 vielen er 661 doden in het verkeer in Nederland. Dit zijn er 17 minder dan in 2018, toen er 678 verkeersdoden waren Voor zover nu bekend, past dit aantal binnen de stagnatie die we de laatste jaren zien.

Iets meer dan een derde van de verkeersdoden bestaat uit auto-inzittenden (237), en iets minder dan een derde is fietser (203). Afgemeten naar de bevolkingsomvang, vallen er verhoudingsgewijs veel doden in het verkeer onder ouderen: in 2019 waren 249 (38%) verkeersdoden 70 jaar of ouder. Kinderen (0-14 jaar) komen juist relatief weinig om in het verkeer; in 2019 waren dat er 11 (2%).

Na een aanvankelijke daling vanaf de jaren negentig, vertoont het aantal ernstig verkeersgewonden sinds 2006 een stijging. In 2018 raakten naar schatting 21.700 personen ernstig gewond in het verkeer in Nederland, ongeveer 1.000 meer dan in 2017. Ook als we rekening houden met de onzekerheid in de schattingen, moeten we concluderen dat het aantal ernstig verkeersgewonden in 2018 weer verder is toegenomen. Bijna twee derde van het aantal ernstig verkeersgewonden bestaat uit fietsers. Het overgrote deel daarvan raakt gewond in een ongeval waarbij geen motorvoertuig is betrokken. Twee op de vijf ernstig verkeersgewonden is 60 jaar of ouder, bijna een op de tien is 80 jaar of ouder.

Kosten van verkeersongevallen

De maatschappelijke kosten van verkeersongevallen worden geschat op € 17 miljard in 2018 (€ 15,8 tot € 18,6 miljard): vergelijkbaar met ruim 2% van het bruto binnenlands product (bbp). Dit is beduidend hoger dan andere maatschappelijke kosten door verkeer, zoals congestie (€ 3,3 tot € 4,3 miljard) en milieuschade (€ 7 miljard). De kosten per verkeersdode zijn circa € 2,8 miljoen en per ernstig verkeersgewonde ruim € 300.000. Ruim een derde deel van de kosten is toe te rekenen aan ernstig verkeersgewonden, terwijl het aandeel van verkeersdoden relatief gering is (naar schatting 11%). De overige kosten (ongeveer de helft van de kosten) zijn het gevolg van verkeersongevallen met minder ernstige afloop.

Ruim de helft van de totale kosten betreft immateriële kosten, terwijl ook schade aan voertuigen relatief hoog is (circa een kwart van de totale kosten). Andere kostenposten zijn medische kosten, productieverlies, afhandelingskosten en filekosten. In Nederland zijn de kosten van verkeersongevallen hoger dan in de meeste andere Europese landen. In Europa lopen de kosten uiteen van 0,4% tot 4,1% van het bbp. De verschillen komen vooral door verschillen in methoden om de kosten te bepalen. Informatie over de kosten van verkeersongevallen wordt onder meer gebruikt bij de voorbereiding en evaluatie van verkeersveiligheidsbeleid en in kosten-batenanalyses van verkeersveiligheidsmaatregelen.

Ruim een derde van de totale kosten van verkeersongevallen (ongeveer 37%) is toe te rekenen aan ernstig verkeersgewonden, terwijl het aandeel van doden relatief gering is (naar schatting 11%). Lichtgewonden (behandeld op spoedeisende-hulpafdeling van een ziekenhuis) hebben een aandeel van circa 22% in de kosten en overige gewonden 6%. Ongeveer een kwart van de kosten is toe te rekenen aan ongevallen met uitsluitend materiële schade (UMS), zie Afbeelding 1.

Afbeelding 1. Aandeel van doden, ernstig/licht/overige gewonden en ongevallen met uitsluitend materiële schade (UMS) in de totale kosten van verkeersongevallen (2018). Bron: KiM [1]

Bron: Risk en Business