06 13 85 26 14 contact@SOD-Onderzoek.nl
Schrijvers van de rubriek Bij de Politierechter
Schrijvers van de rubriek Bij de Politierechter© Theresa Hartgers
LEIDEN – ‘Het was gewoon een gezellige dag. Aan het eind van de avond sta ik mijn schoonouders uit te zwaaien en toen werd ik van achteren vastgepakt door de overbuurman.’ Henk, een stevige bouwvakker van achterin de dertig, weet het nog goed. Ja, hij ging daarna door het lint, maar dat hij nu wordt beschuldigd van mishandeling van zijn eigen vrouw slaat nergens op.
Dit is een verhaal uit onze serie Bij de Politierechter.
Het is niet de enige mishandeling waarvoor Henk zich moet verantwoorden. Hij heeft ook een politieman geslagen en andere agenten beledigd, zo luidt de aanklacht.
Henk en zijn vrouw Jannie hebben in september een tuinfeestje, thuis in Leiden, voor haar verjaardag. Veel vrienden en familie over de vloer. Ja, hij had wel een paar biertjes op. En aan het eind van de avond wordt hij dus onverhoeds vastgepakt door de overbuurman.

Burenruzie

Ze hebben al jaren ruzie. Waarover wordt tijdens de zitting niet helemaal duidelijk, maar het is zo erg dat Henk en Jannie zelfs hebben geprobeerd te verhuizen. ‘Maar ja, de woningmarkt hè? We hebben gesprekken gehad met de woningbouw, de reclassering, de politie, maar niemand helpt ons met die burenruzie.’
Ook op die avond krijgt Henk weer dat gevoel. ‘Eén van ons heeft zelf de politie gebeld. Maar ik kon geen aangifte doen tegen de overbuurman. Toen ben ik door het lint gegaan. Ik wilde de tuin uit, de overbuurman aanvliegen.’

Bierflesjes

Jannie en drie van hun gasten proberen Henk tegen te houden, maar daarvan wordt hij nog bozer. Hij grijpt alles wat op de tafel staat en begint ermee te gooien: aanstekers en Flügel- en bierflesjes. Twee van die flesjes treffen Jannie op haar been. De politie noteert dat als mishandeling. Omdat Henk in het verleden zijn vrouw ook wel eens heeft mishandeld neemt justitie dit serieus.
Maar Jannie zelf vindt dat het door de verbaliserende agent uit zijn verband is gerukt. Ze is door Henks advocaat opgeroepen als getuige: ‘Wij stonden hem gewoon tegen te houden. Hij heeft me wel geraakt met een bierflesje, maar dat was niet expres. Dat heb ik ook gezegd, maar die agent heeft het verkeerd opgeschreven.’

Pepperspray

Het lukt iedereen die avond om Henk weg te houden van de overbuurman, maar hem kalmeren lukt niet. Uiteindelijk zien de agenten zich genoodzaakt pepperspray te gebruiken en de boze echtgenoot mee te nemen naar het bureau. Henk begrijpt er niets van: ‘Ik was rustig en ik werkte mee.’
De rechter houdt voor dat de politie dat toch heel anders heeft ervaren: ‘U zou hebben geroepen ‘als jullie willen vechten gaan we nu vechten, maakt me geen kankermoer uit of mijn zoontje erbij is’. Uw zoontje is zeven’. Henk kijkt schuldbewust: ‘Dat is ook niet goed te praten. Ik ben een klootzak op zo’n moment.’

Slaan op het bureau

Later in het politiebureau schiet de verdachte nog een keer uit zijn slof. Twee agenten laten hem boven een wastafel de pepperspray uit zijn ogen wassen, maar onverwachts draait hij zich om en geeft één van de politiemannen een enorme hengst op zijn gezicht en hand.
De agent laat dat niet over zijn kant gaan en hij slaat Henk een aantal keren op zijn achterhoofd en in zijn nek. De agent heeft een schadevergoeding van 500 euro ingediend omdat hij door de klap van Henk drie weken last van zijn rechterhand heeft gehad en daardoor niet heeft kunnen werken.

Agent slaat terug

De advocaat van de verdachte bestrijdt die schadeclaim. Er zijn namelijk bewakingsbeelden van het incident. ‘Ik zie dat de agent, nadat hij is geslagen, mijn cliënt meerdere keren hard slaat. Hij kan ook daardoor de pijn aan zijn hand hebben opgelopen. Die schadevergoeding moet de rechtbank afwijzen.’ Henk vertelt dat hij daarna ook nog met handboeien op zijn hoofd is geslagen en een gekneusde rib is geslagen.
Dat Henk de agenten ook nog heeft beledigd met allerlei ziektes gaat hij niet ontkennen. ‘Aan de ene kant hebben ze gelijk hoor, wat ik deed was niet goed te praten. Ik heb er ook mijn excuses voor aangeboden.’

Niet weer voorwaardelijk

De officier van justitie vindt alle drie de feiten bewezen. Dat de verdachte niet bewust zijn vrouw heeft mishandeld wil ze wel geloven, maar, zo zegt ze: ‘als je in het wilde weg dingen gooit in de richting van vier mensen mag je er van uit gaan dat je iemand raakt. Dat heet voorwaardelijke opzet.’
Omdat Henk een lange geschiedenis heeft van drank- en drugsgebruik en hij mede daarom al twee voorwaardelijke straffen heeft gehad, en hij nog in de proeftijd van die straffen zit, vindt de officier dat er nu een echte celstraf moet volgen. ‘Weer voorwaardelijk? Wat voor signaal gaat er dan uit van de rechterlijke macht?’ Ze eist een straf van zestig dagen cel plus een verplichte behandeling voor Henks alcoholprobleem, en verlenging van de proeftijd met een jaar.

‘Het is klote allemaal’

De advocaat betoogt dat een celstraf niet gaat helpen. Henk is ZZP-er. Hij is al klanten kwijtgeraakt doordat hij dertien dagen in voorarrest heeft gezeten, en weer een aantal weken uit de running zal zijn bedrijfje de das om doen.
Hij is bereid om aan alle voorwaarden te voldoen. Alcohol en drugs doet hij toch al niet meer: ‘Een sigaretje en een colaatje, meer heb ik niet meer nodig’, aldus de verdachte. ‘Het is gewoon klote allemaal. Ik weet dat ik fout zat. Maar met de gevangenis schiet ik in principe niks op. Dan raak ik meer klanten kwijt en krijg ik alleen maar schulden.’

Toch vrij

De politierechter besluit na enig beraad om Henk een celstraf van dertien dagen op te leggen, gelijk aan zijn voorarrest, en 47 dagen voorwaardelijk. Niet alleen vanwege Henks toekomst, maar ook omdat de rechter vindt dat het pak slaag in het politiebureau wel een beetje meetelt als straf.
De openstaande straf van 56 dagen voorwaardelijk blijft ook staan, en een eerdere voorwaardelijke boete van 500 euro moet nu worden betaald. Ook krijgt de politieagent een schadevergoeding van 150 euro toegewezen. Verder moet de Leidenaar zich laten behandelen en toestaan dat hij gecontroleerd zal worden op alcohol- of drugsgebruik, en wordt zijn proeftijd met een jaar verlengd. ‘Maar ik hoef dus nu niet naar de gevangenis?’, vraagt Henk voor de zekerheid. ‘Dan ga ik u bedanken. Mij ziet u hier niet meer terug.’ Terwijl hij opstaat zegt de rechter: ‘Ja, dat horen we hier wel vaker…’
De namen van Henk en Jannie zijn gefingeerd in verband met de privacy.