06 13 85 26 14 contact@SOD-Onderzoek.nl

Steeds minder Nederlanders geven aan dat zij slachtoffer zijn geweest van traditionele vormen van criminaliteit zoals geweld, inbraak, diefstal en vernieling. De politie registreerde ook minder van deze misdrijven. Iets meer burgers zijn daarentegen slachtoffer geworden van cybercrime. Dat meldt het CBS op basis van de Veiligheidsmonitor en registratiecijfers van de politie.

In 2019 jaar was bijna 14% van de Nederlanders van 15 jaar of ouder (bijna 2 miljoen personen) naar eigen zeggen slachtoffer van een of meer vormen van traditionele criminaliteit. Het gaat dan om geweldsdelicten (bedreiging, mishandeling en seksuele delicten), vermogensdelicten (inbraak, diefstal, zakkenrollerij en beroving), en vandalisme (vernieling aan voertuigen, en aan andere persoonlijke bezittingen).

Sterkste daling vermogensdelicten en vandalisme

Het aandeel slachtoffers van traditionele criminaliteit daalde van bijna 20% in 2012 tot minder dan 14% in 2019. De sterkste daling was zichtbaar bij vermogensdelicten en vandalisme. Was in 2012 nog 13% slachtoffer van een of meer vermogensdelicten, in 2019 was dit 9%. Het aandeel slachtoffers van vandalisme daalde in dezelfde periode van 8% naar 5%. Geweldsdelicten namen minder sterk af. Deze delicten komen veel minder voor dan vermogens- en vandalismedelicten. Het aandeel geweldsslachtoffers daalde van 2,6% (2012) naar 2,0% (2019).

Ook politie registreert minder traditionele misdaad

De daling van de traditionele criminaliteit blijkt ook uit politiecijfers. Het aantal geregistreerde gevallen van diefstal, geweld en vernieling is in 2019 lager dan in 2017. Deze daling van de geregistreerde criminaliteit is vergelijkbaar met de daling van het aantal slachtoffers. Het aantal meldingen van stalking en bedreiging (geweldsmisdrijven) is in 2019 wel iets toegenomen.

Het aantal gevallen van diefstal en inbraak neemt al jaren af, het aantal woninginbraken is sinds 2012 zelfs meer dan gehalveerd. Niet alle vormen van diefstal daalden: zo werden 1.800 meer winkeldiefstallen geregistreerd in 2019 dan een jaar eerder. Het aantal meldingen van vernieling en beschadiging nam sinds 2012 voor het eerst toe.

Meer slachtoffers cybercrime

In 2019 gaf 13% van de 15-plussers aan slachtoffer te zijn geweest van een of meer cybercrimedelicten. In 2012 was dit 12%, in 2017 11%. Bij cybercrime gaat het om digitale vormen van identiteitsfraude, koop- en verkoopfraude, hacken en cyberpesten (laster, stalking, chantage en bedreiging met geweld via internet).

In de geregistreerde criminaliteit valt cybercrime onder vermogensmisdrijven. Sinds 2017 is er in de politieregistraties sprake van een flinke toename van hacken (verdubbeling), identiteitsfraude (17%), en internetoplichting (39%).

Traditionele criminaliteit met ruim een derde gedaald

In 2019 was het aandeel slachtoffers van traditionele criminaliteit volgens de Veiligheidsmonitor bijna een derde (31%) lager dan in 2012. Het aantal door de politie geregistreerde misdrijven daalde in dezelfde periode met 41%. Bij andere vormen van criminaliteit, zoals drugscriminaliteit en verkeersmisdrijven (niet gemeten in de Veiligheidsmonitor) ziet de politie sinds 2018 een toename, na een jarenlange daling.

Steeds meer slachtoffers van traditionele criminaliteit geven aan dat zij het delict niet hebben gemeld of aangegeven bij de politie. Werd in 2012 nog 38% van de delicten gemeld bij de politie, in 2019 gebeurde dit in 32% van de gevallen. De aangiftebereidheid nam in dezelfde periode af van 29% naar 23%. Meer dan tweederde van de delicten die slachtoffers in 2019 ondervonden kwam dus niet in de politieregistratie terecht.

Vooral in de regio’s Oost-Nederland en Zuid-Nederland (beide min 36%) was het slachtofferschap vergeleken met zeven jaar eerder minder hoog. Het zwakst was de afname in Noord-Nederland en West-Nederland (beiden min 28%).Het aandeel slachtoffers van veelvoorkomende criminaliteit blijft het hoogst in het West-Nederland (15%) en is het laagst in Noord-Nederland en Oost-Nederland (12%).

Meeste slachtoffers in Noord-Holland, minste in Zeeland

Een op de zes inwoners van Noord-Holland (17%) was in 2019 naar eigen zeggen slachtoffer van criminaliteit. Ook in Utrecht was het slachtofferschap relatief hoog (ruim 15%), net zoals in Zuid-Holland (bijna 15%). In Zeeland daarentegen gaf een op de tien inwoners aan slachtoffer te zijn geweest. Ook in Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland is het slachtofferschap met ongeveer 11 à 12% verhoudingsgewijs laag.

In 2019 registreerde de Amsterdamse politie ruim 61.000 gevallen van diefstal, vernieling of geweld. Dat zijn er 168 per dag of 71 per duizend Amsterdammers. Op Haags grondgebied werden per duizend inwoners 45 misdrijven geregistreerd. Het gemiddelde voor heel Nederland ligt op 31 per duizend inwoners. De gemeente Tubbergen kende met in totaal 135 gevallen van diefstal, vernieling of geweld het kleinste aantal per duizend inwoners.

Slachtofferschap traditionele criminaliteit in Overijssel het meest afgenomen

Gaf in 2012 nog 20% van de inwoners van Overijssel aan slachtoffer te zijn geweest van criminaliteit, vorig jaar was dat 12%. Dat is een afname van 40%. Ook in Noord-Brabant (-37%) en Gelderland (-35%) nam het slachtofferschap met ongeveer hetzelfde percentage af.

De afname was het zwakst in Friesland waar het percentage personen dat opgaf slachtoffer te zijn geweest van traditionele criminaliteit terugliep van 14% in 2012 naar 11% verleden jaar (-20%). Ook in Noord-Holland en Utrecht (-26%) en Drenthe (-28%) bleef de daling achter.

In alle gemeenten minder misdrijven geregistreerd

De aantallen diefstallen, vernielingen en geweldsmisdrijven die vorig jaar door de politie geregistreerd werden, waren in alle gemeenten minder hoog dan zeven jaar eerder. In de gemeente Uitgeest was de afname per duizend inwoners het grootst (-67 %), Hendrik Ido Ambacht noteerde met -11% de kleinste daling.

Van de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners was de daling in Apeldoorn met 55% minder geregistreerde diefstallen, vernielingen en geweldsmisdrijven het grootst, in Utrecht het kleinst (30%).

Bron: Risk en Business