06 13 85 26 14 contact@SOD-Onderzoek.nl
DEN HAAG – ‘Een meter leeghalen kost elf seconden. Dat heeft de politie een keer vastgelegd met een camera. Ik kwam soms met 5500 gulden per dag thuis.’ De 47-jarige Glenn uit Den Haag maakte in de jaren 90 van de vorige eeuw deel uit van een groep Haagse jonge mannen die door het hele land parkeerautomaten leegroofde. Inmiddels heeft hij zijn criminele carrière een aantal jaar achter zich gelaten. Omdat hij terminaal ziek is, wil hij nu vertellen over hoe hij en zijn maten zeven jaar lang ‘De Plaag uit Den Haag’ waren. Vandaag deel 2.
Zaterdag vertelde Glenn hoe hij de fijne kneepjes leerde om de ouderwetse draaimeters open te krijgen. Van elke stad had hij een sleutel in huis. De kraker is in totaal 54 keer opgepakt tijdens zijn ‘loopbaan’. Maar vaak stond hij al snel weer buiten. Vooral omdat hij altijd wel een geloofwaardig verhaal weet op te hangen. Maar het loopt niet altijd goed af…
Glenn’s naam is op zijn verzoek gefingeerd. Zijn echte naam is bij de redactie bekend.

Op het nippertje

Zelfs bij een bijna heterdaad heeft Glenn zijn verhaal klaar: als hij midden in de nacht staande wordt gehouden naast een parkeermeter in Doetinchem, door een agent die net te vroeg ingrijpt.
‘Hij zegt: ik heb het gezien. Ik vraag: wat heb je gezien? Ja, je stond te klooien. Oh ja, wat deed ik dan, ik draaide alleen aan de knop, daar had ik toevallig zin in. Hij zegt: wat doe je in Doetinchem? Ik zeg: ik heb twee chickies leren kennen, die zouden me ophalen van het station maar ze kwamen niet opdagen, dus nu zwerf ik rond tot de eerste trein gaat. Ik loop rond omdat ik geen zin heb om op het station te zitten.’ Hij mag verder lopen.

Voorarrest van drie dagen

Na een aanhouding is het een kwestie van niks zeggen. ‘Zonder bewijs kunnen ze je maar drie dagen houden. Op de derde dag word je tussen één en drie uur ’s middags naar buiten gelaten. Dat doen ze expres, want dan is het nog licht en druk op straat. Maar je hebt wel honger, geen cent op zak en geen sleutel van ‘de kist’, alleen een buitensleutel in je mond. Nou komt de truc: aan de kist zit een soort plastic sleutel, dat is het mechaniek waarmee iemand van de gemeente de kist opent. Die breek ik af en dan maak ik de kist open.’
‘Zo doe ik snel twee, drie straten, dan heb ik wat zakcentjes en dan snel naar het station, op de trein en wegwezen. Dan is het een kat- en muisspel met de politie, ook op het station soms nog. Maar destijds waren er nog weinig camera’s, of van slechte kwaliteit. Niet zo gericht als nu.’

Het is een game

De rooftochten zijn op den duur niet alleen meer voor het geld, maar ook voor de spanning, zo vertelt Glenn: ‘Het geeft een adrenalinekick: het wegkomen met de buit, de politie te slim af zijn. Het is een game. Je ‘leest’ alles wat er op straat gebeurt. Je ziet aan de houding van de politie wat ze gaan doen. Dan is het ook de kick van het spel.’
Glenn en zijn maten rijden pas weg uit Den Haag als de coffeeshop dicht gaat en ze genoeg te roken bij zich hebben. Ze parkeren de auto in een stad, zetten de politiescanner aan en luisteren eerst hoeveel auto’s er op straat zijn.

Diesels horen aankomen

Vervolgens wachten ze tot een uur of vier. ‘Dan rijdt er niemand meer, behalve taxi’s en politie. Dat zijn altijd diesels. Als je een diesel hoort aankomen duik je weg, je laat hem voorbij rijden en je gaat weer verder met legen.’
Dat doet hij desnoods in het kielzog van een surveillancewagen: ‘In Bergen op Zoom heb ik dat gedaan. Honderd meter erachter, zo kon ik ze goed in de gaten houden en ze keken niet in hun spiegels. Gewoon achter ze aan gelopen tot we langs het station kwamen. En dan op de trein.’ Eén van zijn maten ontfermt zich over de auto.

‘Toestemming om te arresteren’

In Groningen gaat het mis. De gemeente krijgt door dat de parkeermeters veel te weinig geld opleveren en de politie start een grootschalig onderzoek. Als Glenn op een vrijdagavond met twee maten naar het noorden reist weet hij nog niet dat het heel anders gaat aflopen dan anders. Ze beginnen met een proefleging. Even snel een paar straten doen om te kijken of de meters vol genoeg zijn. De buit gaat in een rugzak die ze verstoppen.
Glenn gaat vervolgens naar de Febo, wisselt een tientje en trekt een kroket en een frikadel uit de muur. Terwijl hij die buiten opeet, merkt hij dat er twee rechercheurs naast hem staan. Ze hebben portofoons bij zich. Als hij zijn snacks op heeft wandelt hij weg. Dan hoort hij achter zich een stem over de portofoons: ’toestemming om te arresteren’.

Gevolgd vanaf het begin

‘Ik draai me om en ze komen van overal en nergens. Op het bureau bleek dat we al gevolgd werden vanaf het moment dat we in Den Haag de treinkaartjes kochten. Ze wisten zelfs het treinstelnummer en op welke stoelen we gezeten hadden. Ze hadden het legen gezien, de rugzak gevonden. Ze wisten alles.’
Omdat het voor Glenn de eerste keer is dat hij echt op heterdaad betrapt wordt en omdat de buit gering is, wordt hij na drie dagen naar huis gestuurd. Zijn twee maten krijgen vier maanden cel. ‘Het was wel mooi om te zien dat de politie zoveel moeite gedaan had. Maar ja, je weet ook dat je nooit meer terug hoeft te komen.’

Schuilen als standbeeld

Maar parkeermeters staan door het hele land en Glenn wordt ook een meester in wegkomen. Hij kan hard rennen en verstopt zich onder auto’s, achter heggen, onder een stapel pallets, plat tegen een muur. Hij en een maat doen zelfs een keer in een donker park alsof ze één van de vele standbeelden zijn. Het werkt, de passerende surveillancewagen rijdt voorbij.
Als hij wordt gepakt met een hele parkeermeter in zijn kofferbak is hij wel de sjaak. De gemeente Hoorn, waarvan de paal is, eist via de rechter een schadevergoeding van 18.000 gulden. Maar Glenn gaat terug naar de plek waar de paal stond en ziet dat de gemeente de oude meter weer heeft terug gezet: ‘De verf van de krik die ik had gebruikt om hem omver te krijgen zat er gewoon nog op. Daar heb ik foto’s van gemaakt en die heeft mijn advocaat laten zien aan de rechtbank. Toen is die schadevergoeding afgewezen.’

Concurrentie neemt toe

Omdat de meeste jongens met wie Glenn in 1991 begint voor zichzelf zijn begonnen en ook zijn leermeester nog altijd leegt, wordt de concurrentie steeds groter. Het betekent dat er steeds eerder geleegd moet worden: ‘Soms waren om acht uur ’s avonds alle palen al leeg. Het vroegste dat ik ooit geleegd heb was om 16.18 uur. Dan is de pakkans veel groter.’
‘Den Haag was de eerste stad waar de klassieke meters verdwenen, al in 1993. Gemeentes leden steeds meer schade aan de meters waardoor ze gingen investeren in die grote zwarte kasten die je nu hebt. In 2005 was alles vervangen. Alleen in Zoetermeer stonden nog van die zwarte peertjes. Daar heb ik er nog één van gestolen, maar toen ik die open maakte sprong het hele slot uit elkaar. Daar kon je niks mee. En één van de jongens heeft op een gegeven moment de sleutelmaker verraden. Toen werd het ook veel moeilijker. De sleutelmaker wist niet waarvoor het was, dus die heeft niet gezeten.’

 

Maanden achter de tralies

Glenn komt zelf uiteindelijk wel achter de tralies. In 1998 en 1999 krijgt hij van de rechtbank in Den Bosch twee keer twee maanden cel voor het leeghalen van meters in Eindhoven. Hij wordt gepakt omdat hij tijdens het leeghalen zijn oude leermeester tegenkomt, die in dezelfde straat aan het legen is. ‘We werkten naar elkaar toe. Ik was niet van plan om voor hem weg te gaan. Hij zegt: jij bent snel. Ik zeg: ik heb geleerd van de beste. Daarna heeft hij de politie gebeld om me te verraden.’
Uit wraak gooit Glenn een kilo suiker in de tank van de auto van zijn voormalige baas en knipt de bougiekabels door. ‘De volgende dag was hij er weer. Zo snel had hij het laten repareren.’

Geen cent over

Zeven jaar lang kunnen Glenn en zijn maten goed leven van hun rooftochten, maar ze houden er uiteindelijk geen cent aan over. ‘Ik had niet de juiste mensen om me heen om het legaal te maken, of om te adviseren, dus ik gaf alles uit. Dure kleren, luxe uit eten, drinken, hash. Ik at altijd buiten de deur. Ik was jong en dom en stond niet stil bij later. Er is niks van over.’
Toch is hij nog goed terecht gekomen, vindt hij zelf. ‘Ik ken twee jongens die nog goed zijn. De anderen zijn afgegleden: zijn aan de drugs, of zitten in Parnassia. Niemand heeft wat bereikt. Ik ben blij dat mij dat niet is overkomen en dat ik geen kogel in mijn lijf heb gekregen.’

Puur Haags

‘Dit was echt iets Surinaams, uit Den Haag. Wij waren de enigen die dit deden. In de media lees je altijd over moord en doodslag, drugs en de Mocro maffia. Over ons las je nooit wat. Alleen het Eindhovens Dagblad heeft ooit over ons geschreven. De politie had een maand lang een speciale actie gehouden waarbij ik ook werd aangehouden. ‘De Plaag uit Den Haag’ noemden ze ons.’
Hij vertelt het met een mengeling van weemoed en trots in zijn stem. Hij wíl het nu ook vertellen, nu zijn einde nadert. ‘Ik heb nog maar één project, dat is mijn kind. Ik wil samen genieten zolang het nog kan. Ik weet nooit hoe ik wakker word, met hoofdpijn, of zwak. Ik ben al lang opgegeven. Volgens de artsen is het een wonder dat ik nog leef, dus ik geniet van elke dag.’