06 13 85 26 14 contact@SOD-Onderzoek.nl

De Europese Commissie heeft voorlopige cijfers bekendgemaakt over het aantal verkeersdoden in 2021. Naar schatting zijn vorig jaar 19.800 mensen omgekomen bij verkeersongevallen. Dit was een stijging met 1.000 doden (+5%) ten opzichte van 2020, maar betekent nog steeds bijna 3.000 (-13%) minder dodelijke slachtoffers in vergelijking met de periode vóór de pandemie in 2019. De algemene doelstelling is het aantal sterfgevallen tegen 2030 te halveren. In de hele EU is het voorbije decennium een daling met 36% opgetekend.

Commissioner for Transport Adina Vălean zegt hierover het volgende: “Nu het verkeer weer zijn normale gang gaat, moeten we ervoor zorgen dat het aantal verkeersdoden op onze wegen niet terugkeert naar de periode vóór de pandemie. Op EU-niveau zullen wij ons best doen om door middel van financiering, wetgeving en voorlichting bij te dragen tot de totstandbrenging van een ‘veilig systeem’ of een veiliger infrastructuur, veiliger voertuigen, veiliger weggebruik en betere zorg na ongevallen. Maar dit is een gedeelde verantwoordelijkheid met de lidstaten, de industrie en de weggebruikers. Elk sterfgeval en elke ernstige verwonding op onze wegen is te vermijden.”

In de hele EU is het aantal verkeersdoden in 2021 met 5% gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar, hoewel vergelijkingen met 2020 sterk worden beïnvloed door de verkeerspatronen in elk land in de loop van de pandemie. Tussen 2019 en 2020 is het aantal verkeersdoden met 17% gedaald.   De algemene rangschikking van het aantal verkeersdoden in de verschillende landen is niet noemenswaardig gewijzigd: de veiligste wegen zijn te vinden in Zweden (18 doden per miljoen inwoners), terwijl Roemenië (93/miljoen) in 2021 het hoogste aantal verkeersdoden heeft gemeld. Het EU-gemiddelde bedroeg 44 verkeersdoden per miljoen inwoners.

Op basis van voorlopige cijfers hebben negen lidstaten (Denemarken, Duitsland, Ierland, Cyprus, Litouwen, Malta, Polen, Portugal en Zweden) hun laagste aantal verkeersdoden ooit geregistreerd in 2021. In vergelijking met het jaar 2019, dat aan de pandemie voorafging, is het aantal verkeersdoden in 2021 met 13% gedaald. De grootste daling, met meer dan 20%, deed zich voor in Denemarken, België, Portugal, Polen en Litouwen. In Letland, Slovenië en Finland daarentegen is het aantal verkeersdoden de afgelopen twee jaar gestegen.

Meest getroffen groepen 

De beschikbare gegevens voor 2020 [2] geven inzicht in het type weggebruikers dat betrokken is bij dodelijke ongevallen en de locaties waar deze plaatsvinden, en tonen het geslacht en de leeftijd van de slachtoffers.  Over het geheel genomen vond 52% van de verkeersdoden plaats op wegen buiten de bebouwde kom, tegenover 40% in stedelijke gebieden en 8% op autosnelwegen. Inzittenden van auto’s (bestuurders en passagiers) waren goed voor 43% van alle verkeersdoden, terwijl voetgangers 20%, gebruikers van gemotoriseerde tweewielers (motorfietsen en bromfietsen) 18% en fietsers 10% uitmaakten van het totale aantal dodelijke slachtoffers.

Binnen de bebouwde kom ziet het patroon er heel anders uit: voetgangers (37%) maken er het grootste deel van de slachtoffers uit. Gebruikers van gemotoriseerde tweewielers maken 18% uit en een toenemend aantal fietsers (14%) is dodelijk verongelukt, wat betekent dat bijna 70% van het totale aantal dodelijke slachtoffers in stedelijke gebieden kwetsbare weggebruikers zijn.  Drie op de vier verkeersdoden waren mannen (77%). Ouderen (65+) vertegenwoordigen meer dan een kwart (28%) van alle verkeersdoden, hoewel verhoudingsgewijs meer jongeren in het verkeer om het leven komen. Terwijl 12% van de verkeersdoden in de EU tussen 18 en 24 jaar oud was, vertegenwoordigt deze leeftijdsgroep slechts 7% van de EU-bevolking. Uit de statistieken blijkt dus dat jongeren een grotere kans hebben om betrokken te raken bij een dodelijke aanrijding.

Bron: Risk en Business